De Klaproos
 
Vandaag loop ik de velden af
van mijn herinnering
Daar waar ik me 't liefst begaf
voel ik een siddering
 
en zie de weide weer vol jou,
je armen wijd om lief te kozen
Geen zwarte grond, geklapte rozen:
groen het gras, de lucht felblauw
 
Bewogen ben ik teruggekeerd
in 't heden en weer op mijn schreden
Er heerst stilte in het hof van Eden,
bevroren en geconserveerd
 
Maar licht doordringt elk klaproosblad,
verheft het veld tot lampionnen,
zee van duizend lentezonnen
daar waar ik jou heb liefgehad